vulkaan Posts

Interview met Stientje A. over ‘Alle lust…’

Oktober 2017

Coralie Coloratuur.

 

 

Eergisteren nog in Locarno, vandaag zit ik tegenover Stientje Averechts in de Cogels Osylei in Antwerpen. De reis was slopend. Mijn vrienden vragen me waarom ik dat mezelf aandoe. Waarom ik niet het vliegtuig neem. Maar ik rij nu eenmaal graag auto – en wat voor een, die vlammende Porsche, de strijdwagen voor wie zijn volk wil leren denken.

Rond Karlsruhe zat alles strop. Ik belde Stientje dat ik pas later kwam en ging in het Landesmuseum het beeld begroeten dat ik eigenlijk ná het interview had willen terugzien: de terracotta Nike uit het begin van de vijfde eeuw. Deze godin van de overwinning is een meesterwerk dat eigenaardig genoeg tamelijk onbekend is. Ik heb het al vaker gefotografeerd, maar ik kan het onmogelijk publiceren in het kader van een interview met Stientje. Ik plaats een foto als aparte bijdrage op deze webstek. Ik beloofde de godin dat ik onze trouwe lezers zou vragen een klein plengoffer voor haar te brengen.

Stientje belde me wel tien keer om zeker te zijn dat ik ook echt op komst was, en dan stond ze daar, de beroemde schrijfster die toch eenvoudig gebleven is. Ze stond er ook meteen op dat ik haar zou tutoyeren.

Stientje: Waarom dat plechtige ‘u’? Ik heb meteen gevoeld dat wij eigenlijk vriendinnen zijn. Mag ik ook Coco tegen je zeggen?

Coralie Coloratuur: Eh… maar ik ben eigenlijk gekomen… U… je wou eigenlijk iets vertellen over Lucas’ boek ‘Alle lust wil eeuwigheid’. Bent u… ben je wel zeker? Vooral de inleiding, het ‘Traktaat van het alsof’ over het literaire leven in Vlaanderen, dat…

Stientje: Dat schrikt mij niet af. Lucas heeft groot gelijk dat hij die schandalige toestanden eindelijk eens ter sprake brengt. Ik zou het al lang zélf gedaan hebben, maar mijn roman ‘Résumé der liefde’ neemt me totaal in beslag. Luister. (Ze haalt een manuscript te voorschijn en begint voor te lezen:)

Angelina kwam de wenteltrap af die uitkwam in de marmeren hal. Ze was een volmaakte verschijning, zoals ze binnen de lichtcirkel van de design-verlichting verscheen: slank, prachtfiguur, met gracieuze bewegingen. Haar haren waren bijna ravenzwart en het licht toverde er een weerschijn op als op ebbenhouten schatkisten… Onder aan de trap stond een man. Die gaf ze een geweldige trap. Wacht Coralie, dat schrap ik nu toch maar.

Coralie Coloratuur: Ik begrijp niet helemaal…

Stientje: (neemt haar theekopje en drinkt eerst) Die bewusteloos geslagen man kan ik er later nog aan toevoegen, nu moet ik me op mijn hoofdpersonage concentreren. Besef je wel dat dit de enige roman ter wereld is waarin mijn eerste ontmoeting met Armand beschreven wordt, Coralie. Luister: Ze stond roerloos, een hand op de trapleuning, de andere naast het lichaam afhangend. Ze droeg een eenvoudig maar edel ensemble bestaande uit een zwart fluwelen rok van Dolce & Gabbana en een witte blouse van Dries van Noten, streng, maar verfijnd. Niemand kon vermoeden dat onder deze rok… een temperament schuilde als een vulkaan. Een vrouw als een… Hier heb ik drie puntjes gezet, Coco, daar moet nog iets…

Coralie Coloratuur: Bedoel je dat ze een vrouw als een granaat is?

Stientje: Precies! Een vrouw als een granaat! Dat is het! Je slaat de spijker op de kop, Coco. Nooit eerder heb ik een vriendin gehad die me zo perfect begreep. Ik wou maar zeggen dat dit boek ook veel geleerde gesprekken tussen Stientje en Armand bevat. Ik bedoel, tussen Angelina en Alphonse.

Coralie Coloratuur: Alphonse???

Stientje: Zou jij dit boek niet willen uitgeven, Coco? Ik wil voortaan alleen nog bij Het Paradigma publiceren. Zoals de media van de mainstream hun geloofwaardigheid kwijt zijn, zo geldt dat ook voor de commerciële uitgeverijen. Uitgeverijen van de mainstream, zou je kunnen zeggen, de producenten van de post-literatuur. Echte literatuur vind je alleen nog bij revolutionaire projecten als Het Paradigma. En daarin is het nieuwe boek van Lucas Mariën een boegbeeld. Ik doe mijn uiterste best om van mijn ‘Resumé van de liefde’ ook zoiets te maken, al moet ik toegeven dat de lat verschrikkelijk hoog ligt. ‘Alle lust wil eeuwigheid’ is een uitnemend schoon boek zou ik zelfs zeggen. Ik ijver al lang voor schone boeken, zoals je op deze foto kunt zien. Ik ben de derde van rechts op de eerste rij

Coralie Coloratuur: Je ziet er een beetje kregelig uit. En wat is er met je gezicht? Heeft Armand soms…

Stientje: Ik ben tegen een deur opgelopen. Dus, mensen, lees allen het schone boek ‘Alle lust wil eeuwigheid’ met het ‘Traktaat van het alsof’ van Lucas Mariën. Jij zorgt ervoor dat ons volk leert denken, Coralie. Wij, auteurs van Het Paradigma, wij zorgen ervoor dat het dankzij onze schone boeken een schoon volk met een schoon volksleven wordt.

 

Hermans’ Klassiek (3)

 

10 maart ’17. Lucas Mariën

 

Willem Frederik Hermans beklimt in 1955 de Etna en schrijft daarover een opstel Op de Etna, dat in Het Sadistisch Universum komt. Hij vermeldt Goethe niet, maar het is een feit dat hij met die beklimming in diens voetsporen treedt. Goethe ging de vulkaan op in 1787 en bracht daarover verslag uit in zijn ‘Italienische Reise’. Wij weten niet of Hermans dat reisdagboek gebruikt heeft bij de voorbereiding van zijn eigen expeditie, of hij het misschien zelfs bij zich had… In ieder geval eindigt Hermans’ tekst met een allusie op de strijd tussen vulkanisten en neptunisten, waaraan Goethe hartstochtelijk had deelgenomen, wat een literaire neerslag vond in de klassieke Walpurgisnacht in de tweede Faust (v. 8435 e.v.), maar die bijvoorbeeld ook wordt vermeld in Goethes relaas van zijn beklimming. (HA 11, 293.)

Hermans evoceert zijn angst op de flanken van de vulkaan, angst voor omhoog geslingerde gloeiende steenbrokken, sommige ‘ter grootte van een piano’, maar die ‘onmiddellijk weer wegzakt en een gelukssensatie achterlaat. (…) Hoe anders dan de angst in het vaderland van de watersnoden, die dagenlang aanhoudt. (…) Hier zijn de fysica en de chemie oppermachtig. Hoeveel universeler is het geweld van het vuur in vergelijking met dat van de zee, waarin dieren leven en waarop de mens kan varen.’ (VW 11, 165.)

In het begin van de negentiende eeuw werd er heftig gedebatteerd of de aarde vulkanisch ontstaan was, door geweldige uitbarstingen (vulkanisten), of uit water en langzame sedimentatie (neptunisten). Hermans ondergaat de fascinerende macht van de vulkaan, maar erkent dat een ‘neptunisch’ gevormde omgeving beter bewoonbaar is voor de mens. Hij en Goethe verbinden de geologische constellatie met sociologische overwegingen. ‘De angst in het vaderland van de watersnoden, die dagenlang aanhoudt’ moet wel een invloed hebben op de mensen. Maar ‘de zee, waarin dieren leven en waarop de mens kan varen’ is niettemin vriendelijker.

 

Hermans schrijft een ‘neptunistische’ dissertatie over sedimentatie in Luxemburg en een handboek over erosie. Dit fenomeen schijnt hem bijzonder te interesseren, hoewel de moderne geologie de oorsprong van gesteenten veeleer in het binnenste van de aarde, in het magma, situeert – en Goethe en de neptunisten er naast zaten. En Hermans – wiens wetenschappelijke activiteiten dus veeleer ‘conservatief’ zouden zijn.

Is dat toeval? Soms heb je de indruk dat Hermans zoveel mogelijk sporen heeft willen nalaten die naar Goethe leiden maar die niet door alle interviewers meteen worden opgemerkt. Hij en Goethe deden allebei graag wat geheimzinnig en gaven de wereld raadsels op. Dat is ook goed zo, en helemaal volgens het boekje van de schrijver van eerste categorie, de klassieke: ‘Soyez ténébreux’ had Diderot gezegd[1]. Goethe was een (vanzelfsprekend niet onkritische) bewonderaar van Diderot en misschien had Hermans het van hém!

In ieder geval ontleent Hermans structurele dingen aan Goethe: beginselen, principes… Omdat hij volgens beginselen werkt – wat Goethe zo waardeert bij Jan van Eyck, die ‘nach Gesetzen’ werkte en die hij in dit opzicht als voorbeeld stelt.

 

Goethes invloed, meende Karl Gutzkow in 1835, is ‘niet materieel, maar formeel. Wat hij ons naliet is de traditie van het abstracte genie, van de vorm, de grens en de methode’. (Gutzkow, Über Goethe. Tübingen 1999. P. 129.)

Zoals Hermans de neiging heeft om Goethe als leraar weg te moffelen, zo moffelt Goethe Willem van Oranje weg, naar wie hij sterk heeft opgekeken, in die mate dat diens persoonlijkheid zijn eigen klassieke ethiek heeft beïnvloed – het zou me te ver leiden daar nu op in te gaan, maar ik zal de volgende dagen een apart stuk hierover op deze website publiceren.

Bang waren ze allebei, daar boven op die vulkaan. Goethe is niet helemaal tot op de rand van de krater geweest: hevige stormwind maakte hem bevreesd dat niet alleen zijn hoed, maar ook hijzelf in de kokende ketel zouden kunnen worden geblazen! Is het een genoegdoening geweest voor de recalcitrante leerling Hermans, die bij zijn leraar niets door de vingers ziet, dat hij die in dit geval overtreft?

 

2

Goethe, nog onder de indruk van de wereldschokkende eruptie die de Franse revolutie betekende en vooral van de periode van Terreur, keert zich hevig tegen iedere macht van vulkanisch-revolutionaire oorsprong, die zich volgens hem alleen door geweld weet te handhaven en die zich door misdaden manifesteert. In de Faust pleit hij ervoor alles te laten beginnen met het eenvoudigste begin en dan maar te vertrouwen op een organische groei. Niet schaars zijn bij hem uitingen als:

 

’Alle Freiheits-Apostel, sie waren mir immer zuwider

Willkür suchte doch nur jeder am Ende für sich.’

Venezianische Epigramme, HA I, 179.

 

‘Ik heb altijd een hekel gehad aan vrijheidsstrijders

Op de keper beschouwd streefden ze alleen naar willekeur voor zichzelf.’

 

 

En Hermans:

‘Beklaagde, als je maar net zoveel lef had als Hitler, dan zou je liever een tweede Hitler geworden zijn in plaats van in dat krantje te schrijven. Dan zou je liever Hitler’s misdadigheid overtreffen, in plaats van voor veel te weinig geld artikelen te pennen…’ (Herinneringen van een Engelbewaarder. P. 44.)

Het is een overtuiging die hem zijn hele leven bijblijft: wereldverbeteraars veroorzaken alleen maar meer ellende! ‘Ik heb willen doen uitkomen dat zij, die in de contramine zijn, geen gelijk hebben.’[2] Hij kankert tegen de Mei 68-ers, maar zelfs nog de Franse Revolutie moet het bij hem ontgelden.[3] Hij is zoals Goethe tegen alle gewelddadige omwentelingen: ‘Revoluties zijn er om de boel kapot te maken.’[4]

Bij de classici keerde zich deze stemming tegen de politiek zelf . ‘Schiller, was er zich goed van bewust dat er een politieke een politieke epoche aangebroken was. Hij wist dat de politieke belangstelling van het publiek op dit moment groter was dan iedere andere. Bewust ging hij daartegen in, omdat hij de vooruitgang van de geestelijke cultuur erdoor bedreigd zag.’[5] Stendhal vreesde dat de mensen van de twintigste eeuw over politiek zouden praten en de ‘Morning Chronicle’ zouden lezen, in plaats van de zangeres Marianna Conti toe te juichen.[6]

In ‘De Laatste Roker’ uit Hermans zijn twijfels over de vrijheid in de democratie, gezien de verplichting die ze voor de burger impliceert, zich met politiek in te laten. Een politiek die allerlei absurditeiten verzint om te mensen af te houden van waar het eigenlijk om gaat. Bovendien zet dat allemaal geen zoden aan de dijk. De ‘geestdrijvers’[7] veranderen alleen maar bijkomstigheden, niet het wezen zelf van de wereld en de dingen.

 

Dit komt overeen met de klassieke opvatting dat de geest van de politiek op zich humanistisch-revolutionair is, romantisch, een naïeve opvatting, iets voor lieden die ‘in uiteindelijke gerechtigheid geloven’[8].

 

 

(Voortzetting volgende week.)

 

 

 

 

 

[1]  In ‘De la poésie dramatique’ (1758). Oeuvres Complètes. Ed. Herbert Dieckmann, Jean Varloot. Paris 1975 e.v., X, p. 402.

[2]  Scheppend Nihilisme, 35.

[3]  Gevaarlijke Gekken, p. 65.

[4]   Ibid.

[5]  Harnack; Klass Ästhetik 43.

[6]  Stendhal, Rom, Neapel und Florenz. P. 59.

[7]  De laatste roker, p. 66.

[8]  O.c., p. 67.

 

 

 

error: Kopij bescherming !!