Dossier Koehn Posts

Tormenten van een Archivaris (4). Hoe het dossier Koehn niét bij het Kunstpatrimonium terechtkwam.

februari 2017. Coralie Coloratuur

 

 

De Gazet van Antwerpen krijgt in de zomer van 1964 het dossier Koehn in handen, maar doet er niets mee. De glunderende hoofdredacteur, Louis Meerts, gaat op het Vaticaans concilie spreken over de katholieke pers, maar de Rechtvaardige Rechters, daar mogen zijn medewerkers niets mee doen. Geen slapende honden wakker maken en bevriend blijven met de steeds even somber kijkende bisschop van Gent.

De meest geëngageerd journalist, Leon Leys, komt op een zijspoor terecht. Alleen Karel Mortier, op dat moment adjunct-politiecommissaris in Gent, grijpt zijn kans en laat het dossier kopiëren. In 1966 verschijnt de eerste druk van zijn boek, het boek waarmee de verdonkeremaande, onder het tapijt geveegde affaire pas historisch werd, zoals dat heet in filosofisch jargon. Het is daarom niet minder waar.

 

2

Paul Weymar wou met Koehns gegevens een boek over de RR schrijven.

Eva Koehn is bezig de nalatenschap van haar man te ordenen. Leon Leys polst haar wel nog of ze het dossier niet wil verkopen, maar op dat moment voelt ze daar nog niets voor. Het wordt weer stil rond de Akte Koehn. De nalatenschap van Henry Koehn die Eva ordent, dat zijn o.a. vierduizend foto’s die ten dele nog een opschrift moeten krijgen en die dan gelegateerd moeten worden aan verschillende instituten en collecties. Het contact met Vlaanderen is dood, of zo goed als. Ook de correspondentie met professor Rosemann zakt in elkaar, tot de obligate wensen met kerst en nieuwjaar. Een decennium lang gebeurt er niets met het dossier. De gezondheid van de weduwe verslechtert. Alleen Paul Weymar, een gepensioneerde journalist, semi-officiële biograaf – hagiograaf eigenlijk – van bondskanselier Adenauer en buurman van Eva, vraagt nog naar het dossier, maar hij sterft voor hij er iets mee kan doen.

 

3

Op 28 december 1974 ontvangt Eva een brief van Hilde Leynen – een enkele keer noemt die zich ook Hilda – met de vraag  of ze de ‘Akten’ niet wil verkopen. Leynen stelt zich voor als Vlaamse ‘kunstenares’ en beweert met de verdwijning van de Rechtvaardige Rechters erg begaan te zijn. Ze doet wel eens iets voor de Gazet van Antwerpen en woont in Berchem, niet ver van Leon Leys.

Op 4 januari 1975 vraagt Eva Koehn professor Rosemann – wie anders? – opnieuw om raad. Rosemann krijgt een kopie van het schrijven van Leynen. Wat moet Eva doen? Ze gelooft niet meer zo sterk in haar eigen mogelijkheden in die aangelegenheid en als weduwe van een man met een uitermate avontuurlijke loopbaan moet ze rondkomen met een miniem pensioen. Misschien kan ze er wat geld voor krijgen. En is ‘Göttingen’ eventueel niet geïnteresseerd in de verwerving van het archief?

Met ‘Göttingen’ bedoelt ze het Kunstgeschichtliches Seminar aan de Georg August-universiteit, welks briefhoofd boven de epistels van Rosemann zulke goede indruk op haar maakt. Ze zou bereid zijn, schrijft ze, alles af te staan voor ‘bijvoorbeeld’ vijfhonderd mark, zo’n tweehonderdvijftig euro. Ze vermeldt ook nog een interessante bijzonderheid: ‘Uit de brief van Fräulein Leynen kan ik opmaken, dat de documenten van mijn man buiten mijn weten en zonder mijn toestemming gefotografeerd werden. Tot mijn grote geruststelling is de fotokopie niet gelukt.’

 

4

Meteen na de kerstvakantie ontstond in het Kunstgeschichtliches Seminar dus een zekere commotie. Wat moet mevrouw Koehn doen? Rosemann spreekt zijn collega en opvolger prof. dr. K. Arndt aan, die ‘door zijn onderzoek naar de vroege Nederlandse schilderkunst goed thuis is in de plaatselijke (bedoeld is: Tartufistaanse; CC) instanties en organisaties’.
De twee professoren denken diep na en ‘komen eensgezind tot de slotsom, dat de notities van Uw man in geen geval in privé handen mogen vallen’, schrijft Rosemann naar Kampen, ‘maar dat ze integendeel als belangrijk bronnenmateriaal aan de bevoegde officiële zorgdrager (der zuständigen offiziellen Betreuungsstelle) moeten worden toevertrouwd’. En hij geeft meteen het adres erbij: ‘Institut Royal du Patrimoine Artistique, 1, Parc du Cinquantenaire, Brüssel’.  Het verhaal dat in Gent en omgeving lang de ronde heeft gedaan, namelijk dat Rosemann op alle mogelijke manier geprobeerd zou hebben er Eva van te weerhouden het dossier aan ‘België’ uit te leveren, is laster. Rosemann heeft gehandeld als een verantwoordelijke en integere kunsthistoricus. Zijn brief bevindt zich in het Archief Rechtvaardige Rechters.

 

5

De weduwe aarzelt niet om te handelen in de geest van haar raadgever en – daarvan is ze zonder twijfel overtuigd – haar man. Ze zet een schriftstuk op voor het Institut Royal du Patrimoine Artistique. Ze biedt het dossier aan, vraagt weliswaar of het mogelijk zou zijn een tegemoetkoming te ontvangen – maar alleen als het instituut daartoe in staat is: ‘Misschien wilt u zo vriendelijk zijn, mij daar iets over te schrijven.’ Ze betreurt dat ze genoodzaakt is geld te vragen. Maar: ‘Over het bedrag zullen we het wel eens kunnen worden / Über den Betrag könnten wir uns einigen.’ Tenslotte vermeldt ze ook dat er een andere gegadigde is die op vinkenslag zit, ‘een kunstenares uit België’.

 

Bij het ‘Kunstpatrimonium‘ houden ze de hoofden schuin, zodat de hele Tartufistaanse beschaving op éen plek kan samenvloeien en ze erover kunnen beschikken in geconcentreerde vorm. Als het concentraat na een half jaar nog niet sterk genoeg is, informeert Eva – op 15 juni – of ze ooit nog op een antwoord kan rekenen. Nu wordt het denkproces versneld. Nog slechts zes weken concentreer-arbeid heeft le directeur R. Sneyers nodig om een onbeschaamd antwoord in het Frans te formuleren op de dringende aanmaning van Eva. Het instituut verkeert niet in de mogelijkheid, schrijft hij, om de aantekeningen te verwerven. Niet de minste interesse of betrokkenheid blijkt uit zijn stuk. Geen reactie ook op de door Eva gesignaleerde coulantie, dat er, zélfs als het instituut niet ‘die Möglichkeit dafür haben’ zou – om het pakket door koop te verwerven – tóch gepraat zou kunnen worden…

Waarschijnlijk kende die Sneyers maar even veel Duits als Marc Reynebeau en heeft hij die brief maar half begrepen.

Ik ben er van overtuigd dat het Instituut voor Kunstpatrimonium het dossier desnoods ook gratis gekregen zou hebben, als de directeur zijn best maar wat had willen doen en het gesprek gezocht. Of iemand gezocht die dat kon! Rosemann, Mortier… Als hij een paar minuten de tijd had genomen voor een paar telefoontjes, dan had hij bovendien honderd mecenassen of sponsors bijeengekregen die het schamele bedrag met plezier aan de weduwe zouden hebben overgemaakt.

Madame Koehn in Kampen/Sylt in… Holland.

 

Ik, Coralie Coloratuur, kan er niet onbewogen bij blijven.

Weer eens verkwanselt een tsjeef, benoemd om te verhinderen dat iemand die echt tot iets in staat is die functie zou krijgen…  of een socialist die… nouja, gewoon een socialist is – weer eens wordt er een stuk patrimonium verkwanseld, nadat ze het Lam Gods al eens half verkocht hebben, er door knoeiers aan hebben laten… knoeien, het herhaaldelijk zelf gestolen hebben, het laten vervalsen, het eindeloos hebben misbruikt voor slijmerig gelul, genoeg, ik ga me bedrinken!

 

Die Sneyers verwijst Eva uitgerekend naar het bisdom Gent! Zo kan hij niets verkeerds doen en blijft hij in ieder geval buiten schot – ik drink nog meer.

 

6

’s Anderendaags.

Ik neem me voor nooit meer te drinken om dit werk te kunnen voortzetten. Met de scherpste wapenen van de geest.

 

Eva kent geen Frans en moet iemand zoeken om haar te helpen met de brief van Sneyers. Het velletje waarop de (Duitse) onbekende de vertaling heeft getikt en met de hand gecorrigeerd bevindt zich in ons archief.

 

Het dossier Koehn verkoopt Eva aan Hilde Leynen voor 300 DM – ongeveer 150 €, wat toen wel meer was dan nu.

 

 

Coralie Coloratuur

(CcAed)

Tormenten bij het ‘Kunstpatrimonium’ (1). Hoe het dossier Koehn daar niét terechtkwam.

18 oktober 2016. Lucas Mariën

 

 

Eva Koehn, de weduwe van de officier, wou de nalatenschap van haar man na diens dood een bestemming geven die zoveel mogelijk in overeenstemming zou zijn met zijn intenties. Het ging niet alleen om duizenden foto’s en verzamelobjecten, er was ook het materiaal dat Koehn voor zijn boeken en publicaties had gebruikt: notities, knipsels, typoscripten van hemzelf en van anderen.

Koehns monumentaalste werk was Die Nordfriesischen Inseln  (Hamburg 1939, meerdere herdrukken), een lijvige monografie over de geografie, cultuur, flora en fauna, de archeologie, kortom over alles wat in verband stond met de noordelijkste Waddeneilanden. Koehn was ook actief geweest als publicist en persfotograaf. Zonder twijfel beschouwde Eva zijn geschriften in verband daarmee als het belangrijkste deel van zijn nalatenschap. Er waren mensen voor over de vloer gekomen, hooggeplaatsten, wetenschapslui. In de zomer hadden ze vaak professoren met hun gezinnen te gast gehad. De vrouwen en kinderen gingen naar het strand, terwijl de geleerde echtgenoten en vaders met haar man confereerden. Koehn was een van de eerste milieuactivisten en hij zette zich o. m. in voor Sylt, waar Thomas Mann zijn drukproeven kwam corrigeren en dat een trekpleister was voor filmdiva’s en sporthelden.  Voor die inzet had Henry op de valreep nog een onderscheiding gekregen, het Bundesverdienstkreuz, minder dan een jaar voor zijn dood – een eerbewijs waarmee Eva erg ingenomen was geweest.

En er kwamen nog steeds brieven en vragen uit de wetenschappelijke wereld, die Eva Koehn zo goed mogelijk beantwoordde  – maar ze had het gevoel dat dat allemaal eigenlijk te hoog voor haar was. Ze schreef zelf brieven. Aan professoren, uitgevers, instituten – wat ze met al die dingen moest aanvangen?

 

En dan was daar dat convoluut: Genter Altar – het Lam Gods.

Henry had daar veel belang aan gehecht. Urenlang kon hij daarover vertellen, aan hun pleegdochter vooral, Helga, toen die nog een kind was. Intussen was Helga naar de grote stad vertrokken, had daar een baan, een eigen leven. Eva stond grotendeels alleen voor die opgave, de nalatenschap van haar man met ere van de hand te doen.

Ooit, ooit had Henry een boek willen schrijven over die affaire, de diefstal van de Rechtvaardige Rechters.

Maar er waren altijd te veel andere dingen geweest, drukte rond de verloedering van Sylt, en nu…

Een bijkomende reden waarom ze veel niet verstond was, dat veel stukken in het dossier in talen waren opgesteld die ze niet kende: in het Nederlands, het Frans.

 

Eva Koehn, jaren '70.

Eva Koehn, jaren ’70.

 

Intussen erkent de wetenschappelijke literatuur over de Kunstschutz in Brussel dat die probeerde het patrimonium van het bezette land voor de nazi’s in bescherming te nemen. (www.lostart.de) Prof. dr. Heinz Rudolf Rosemann, Kunstschutz-chef in de Tartufistaanse hoofdstad en Henry Koehns directe baas, was bijzonder ‘bezorgd’ voor Michelangelo’s ‘Madonna van Brugge’, staat bijvoorbeeld op die webstek, maar hij was niet betrokken bij de wegvoering van dat werk naar Duitsland – door de nazi’s, in feite de vijanden van de Kunstschutz, al kon die dat vanzelfsprekend niet al te duidelijk laten blijken. (Er komt een stuk van Coralie over de Kunstschutz op deze webstek.)

Professor Rosemann nu, schreef op 21 augustus 1964, ruim een jaar na de dood van Henry, een brief aan diens weduwe Eva.[1]

Hij was met studenten van zijn kunstwetenschappelijk seminarie van de universiteit Göttingen op excursie naar Vlaanderen geweest, schrijft hij. Op een avond krijgt hij in Antwerpen bezoek van de journalist Leon Leys en van de Gentse (toen nog adjunct-) commissaris Karel Mortier. Die twee vragen hem uit over het onderzoek dat Henry Koehn tijdens de oorlog begonnen is naar de Rechtvaardige Rechters, een onderzoek dat nu algemeen bekend is maar waar toen, buiten de onmiddellijke omgeving van Koehn, niemand weet van had. Rosemann kondigt het bezoek van de twee heren ook bij Eva thuis, op Sylt, aan. en hij wil haar daarop voorbereiden. Hij wijst haar uitdrukkelijk op de grote betekenis van het dossier, op het feit dat de wetenschap en hijzelf daar mogelijk in geïnteresseerd zouden kunnen zijn. Je krijgt de indruk dat Rosemann zelf zich pas nu, door het vragen van Leys en Mortier, bewust begint te worden van het belang ervan. In ieder geval vraagt hij haar om eens na te denken over de bestemming, nu er interesse van buitenaf onderweg is.

Wat Rosemann op dat moment niét wist: hij was al te laat. De delegatie uit Antwerpen was zes dagen eerder, op 15 augustus, op Sylt geweest en had Eva onverhoeds overvallen. Het dossier Koehn was al niet meer in haar bezit.

 

 

 

Binnenkort op deze stek: Eva Koehn ontvangt een zalvende brief van de hoofdredacteur van de Gazet van Antwerpen. Maar wat doet die krant met de opzienbarende informatie uit het dossier?

 

 

 

[1]  In het Archief Rechtvaardige Rechters.

 

 

 

error: Kopij bescherming !!