CIA Posts

LiteraLeaks (11)

 

Wie zou deze fijne en geweldige correspondentie kunnen hacken, my dearest Gina? Denk je soms dat ze daar bij het Paradigma toe in staat zijn? Die zijn al blij als ze weten dat je een computer op de elektriciteit moet aansluiten.

Maar je schrijft dus dat je trots bent een Amerikaanse te zijn en dat je mijn methode voor het Verbeterd Doorzagen van informatiebronnen wil leren kennen. Ook zou je graag een column willen krijgen op de website, naar het voorbeeld van Eurykleia en om reklame te maken voor onze waarden, popmuziek en hamburgers. Maar Eurykleia slaagt er al niet in zo’n column te krijgen, ook niet met de hulp van Prof. Zoetesmeer, die geregeld zou kunnen inspringen met een moraaltheologisch dieper gravend opiniestuk! (Het zou zelfs geen ‘opinie’ zijn, heeft Zoetesmeer me bevestigd, maar een vaststaande waarheid die hij verkondigt.)

O Land van de Vrijheid, waar je als folteraarster de hoogste ambten kunt bekleden & alle eer kunt verwerven! Maar wat het Verbeterd Doorzagen betreft. Er waren klachten dat de patiënt – bij het gewone doorzagen – er niet meer toe kon komen zijn inlichtingen prijs te geven, vanwege te spoedige exitus.

Ik vraag je de volgende prent eens zeer geconcentreerd te bekijken.

 

Als je goed kijkt, Gina, wat zie je dan?

 

DE ZAAG IS VAN HOUT!

Er is duidelijk een houtnerf te zien, zoals die ook voorkomt op de posten en de dwarsbalk van de galg. Kwasten zijn er ook in – een kenner heeft me gezegd dat het hout er uitziet als dennenhout, eventueel spar. (Ik heb vroeger altijd gedacht dat ze daarmee alleen violen konden bouwen! Hoeveel nuttiger nog is dus dit miskende hout voor de mens!)
In de Rocky Mountains in grote hoeveelheden te vinden. Dit komt tegemoet aan de schaarste aan ijzer tengevolge van de handelspolitiek van de Chinezen die, opgestookt door de Russen en door president Poetin persoonlijk, weigeren te doen wat wij zeggen, zodat we hun staal niet meer kunnen invoeren. Maar dank zij de houten zaag komen we dus niet in de problemen!

Bovendien hoop ik, lieve Gina, een nieuwe impuls voor je lustgevoelens te hebben geleverd. Zoals het was, beperkt tot alleen maar waterboarden… wie wordt daar nu nog heet van!

 

Allerhartelijkste en collegiale groeten,
Melissa Baghijn.

 

 

LiteraLeaks (10)

Agente Melissa Baghijn (CIA & Opus Dei) geeft raad aan de nieuwe CIA-chef Gina Haspel.

 

 

Dear Gina,

als agente van de CIA en Opus Dei die speciaal is belast met het uitvorsen van Het Paradigma richt ik me tot jou als geestesverwante en toekomstige chef – niet alleen van mij, maar van heel onze prachtige CIA.

Aangemoedigd door de soevereine manier waarop je op lastige vragen van een parlementslid hebt geantwoord – door je drukke bezigheden ben je dat natuurlijk al vergeten: hier is het te vinden:

 

 

Aangemoedigd dus – de eigenlijke reden waarom ik je schrijf is het nieuws dat jij geen gewone folteraarster was. Je werkte niet alleen doelgericht, tot je antwoorden kreeg, maar meer dan dat:  je genoot van je werk en Bloedige Gina genoemd werd. 

Ik ben niet zo begaafd voor het schrijven van gewaardeerde politieke tribunes als mijn aartsvijandin Eurykleia, van wie gezegd wordt dat ze een nog steeds jeugdige oma is. Dat kan trouwens worden nagelezen op een gezaghebbende website – dus iedereen gelooft het. Ik daarentegen ben een vrouw van weinig woorden, meer tot actie geneigd, en om die reden verbaast het me ook dat onze agency bij het reactiveren van middeleeuwse technieken zich maar steeds blijft doodstaren op die waterboarding. Ik zou bijgevolg uw aandacht willen vragen, dear Gina, voor het doorzagen (cfr. de illustratie) en zelfs voor het Verbeterde Doorzagen – een uitvinding van mijn bescheiden persoon. (Op de foto hierboven heb ik – in operatieve vermomming – net een Palestijnse baby doorgebeten; het zal je niet ontgaan zijn dat jij en ik dezelfde voorkeuren hebben en je niet verbazen dat de collega’s mij soms ook  Bloedige Melissa noemen!)

 

 

Maar met zo’n begripvolle chef als jij ongetwijfeld zult worden, dearest Gina, kan ik eindelijk ook mijn uitvinding van het ‘Verbeterde Doorzagen’ presenteren. Bij het onverbeterde doorzagen – we kunnen gerust spreken van het primitieve doorzagen – ontstaat alras het nadeel dat de ondervraagde, zozeer onder de indruk van de gebruikte techniek, geheel verstomt en de gevraagde inlichtingen definitief niet meer geeft.

(Oei Gina, daar roept mijn echtgenoot dat het verse Russenbloed voor het avondeten aan het aanbranden is. Tot heel binnenkort. Gauw nog een afbeelding – vanzelfsprekend van het onverbeterde, primitieve doorzagen – ik wil je ook nieuwsgierig maken. En… doen watertanden.)

 

 

 

Liefs,

Melissa Baghijn.

 

Innerlijk leven van het vijgenblad.

Februari 2018. Coralie Coloratuur.

 

Het innerlijk leven van het vijgenblad. Kunst en corrumpering.

 

 

In lezersbrieven in de Zwitserse Tages-Anzeiger werd de vraag gesteld of Max Frisch, een van de boegbeelden van de schone letteren in Zwitserland in de twintigste eeuw, nog wel tot de eigenlijke, serieus te nemen literatuur kon worden gerekend. De Helvetische kranten stonden begin deze maand namelijk vol over Frisch als agent van de CIA – hijzelf schijnt zich van die functie overigens niet bewust te zijn geweest. Een paar jaar geleden nog werden publicisten die zich interesseerden voor de manipulatie van het culturele leven in Europa nog in het hoekje van de samenzweringstheorieën geduwd. Intussen zijn er zoveel documenten en getuigenissen bekend geworden dat er aan de gegrondheid van het verhaal geen twijfel meer bestaat. Of het samenzweringsargument daardoor ook minder gehanteerd wordt, weet ik niet. Ik groepeer enkele bronnen aan het einde van dit stuk.[1]

2

Vanzelfsprekend worden we in het geval Max Frisch weer geconfronteerd met het ‘Congres voor Culturele Vrijheid’, een CIA-organisatie die in de jaren ’50 en ’60 Europese kunstenaars en intellectuelen van overwegend liberale of zelfs linkse signatuur voor de Amerikaanse kar probeerde te spannen. In (o.m. de Engelstalige) Wikipedia staat een bijdrage onder Congress for Cultural Freedom.

De geest was links, kunstenaars en intellectuelen van betekenis, van Picasso tot Sartre, van Einstein tot Brecht, stonden links van het centrum. Ze hadden een groter intellectueel, maar misschien vooral meer moreel prestige dan die van de andere kant. Het Congres voor Culturele Vrijheid had ook vijanden die het expliciet bestreed. Zo onder meer de Chileense dichter en communist Pablo Neruda, vooral nadat in 1964 bekend was geworden dat die kandidaat was voor de Nobelprijs. Raymond Aron, een van de aan het Congres verkochte ‘intellectuels’ in Frankrijk, voerde campagne tegen de te linkse Jean-Paul Sartre en Simone de Beauvoir met als belangrijkste argument dat dat paar openlijk samenleefde zonder officieel getrouwd te zijn. Daar zou nu geen hond meer van opkijken, maar het is dezelfde procedure als altijd: wie ze niet langer kunnen doodzwijgen pakken ze – in deze volgorde – met zogenaamd morele criteria en voor de rest met gewoon laster.

3

De Amerikaanse grootmacht had nog niet lang geleden de eerste atoombom van de geschiedenis gegooid en zocht pacifisten om dat wit te wassen. Ze ‘verzamelde’ intellectuelen om bij hen ‘reputatie te lenen’. Het ‘lenen van de reputatie voor een systeem dat dat bitter nodig had’ – zo noemt de Nietzschespecialist Volker Gerhardt het misbruik dat de nazi’s van Nietzsche maakten.[2] Maar Nietzsche was dood en kon zich niet meer weren. De vijgenbladen van de CIA hadden dat wel gekund. Het was er de Amerikanen om te doen de Europese publieke opinie te beïnvloeden ‘door export van cultuur als jazz en speelfilms, die voor een positieve relatie met de atoombommenwerpende supermacht zorgden’ (Telepolis). Het Congres organiseerde aan de lopende band conferenties, seminaries en tentoonstellingen. Het financierde tijdschriften en dus ook individuen die bereid waren zich te verkopen. Aan het geval Max Frisch kunnen we aflezen hoe dat in zijn werk ging.

4

In 1951 kreeg hij een stipendium van de Rockefeller-stichting, die met de CIA nauw gelieerd was. Zulke sponsoring noemde die stichting ‘investment in a man’ (Tages-Anzeiger). Met zijn beurs kon Frisch een jaar in de VS verblijven. Er ontstond een relatie die vele jaren zou duren. Hij kon deelnemen aan een seminarie van de latere minister van buitenlandse zaken Henry Kissinger aan de Harvard-universiteit, maakte kennis met andere invloedrijke mensen uit de Verenigde Staten én Europa. Vooral: er werd gezorgd voor zijn doorbraak als romancier. Wereldwijd.

De corrumpering van de kunstenaar, het gaat altijd op min of meer dezelfde manier. In de Zuid-Nederlandse literatuur heeft Pieter-Jan van Kerckhoven het al beschreven in 1848.

5

Maar Max Frisch werd in de gaten gehouden en er vond een geregelde beoordeling van zijn ‘rendement’ plaats. Met argusogen werd hij gevolgd, te meer omdat hij af en toe wel degelijk echt kritische tonen liet horen, vooral nadat de VS hoe langer hoe meer in de Vietnam-oorlog verstrikt raakte. Zwakker begaafde CIA-ers maakten zich zorgen over hem, slimmere waren blij: hoe kritischer zo’n linkse vogel zich in het algemene discours manifesteert, hoe geloofwaardiger hij is. Als hij er alles bij elkaar genomen maar toe bijdraagt het gewenste beeld van een Amerika als cultuurland en vaderland van de democratie voor de dag te laten komen. Ik heb dat procedé elders de ‘katholieke restrictie’ genoemd, naar aanleiding van een brief van Wies Moens aan Paul van Ostaijen.[3] Het werd ook in de communistische wereld veel toegepast en bestaat erin kritiek op ondergeschikte punten toe te staan, aan te moedigen zelfs en vooral: het naar de buitenwereld toe te gebruiken als bewijs van tolerantie en vrijheid. Maar uit den boze is fundamentele kritiek op het systeem als dusdanig. Het procedé is met andere woorden een variant van het inbedden. Het is een van de technieken van de manipulatie waarvan de ingebedde dichter juist een symptoom is. Max Frisch mag dan vaak kritisch en ongemakkelijk geweest zijn, hij bleef het Amerikaanse systeem bewonderen, goedpraten en propageren.

6

De Rockefeller-stichting controleerde ook het Museum of Modern Art in New York dat met succes, maar met niet-esthetische middelen, Amerikaanse kunstenaars aan de wereld wilde verkopen. Het ging in de eerste plaats om de

druppelkunstenaar Pollock, om Rothko en De Kooning, om het zogenaamde abstracte expressionisme. Deze stroming stond voor het summum van formele vrijheid bij gelijktijdige afwezigheid van duidelijke inhoud, laat staan van politieke boodschappen. De kunst zou er van af moeten zien kritische inhouden te reflecteren en diende alleen voor amusement.

Omstreeks de jaarwisseling 2017-18 werd rond deze thematiek een tentoonstelling gehouden in het Haus der Kulturen in Berlijn: ‘Parapolitik. Kulturelle Freiheit und Kalter Krieg’. De anders tot óver de grenzen van waanzin en delirium pro-Amerikaanse Neue Züricher Zeitung, die indertijd erg zuur gereageerd had op de onthullingen van Frances Stonor Saunders, gaf nu toe aan een Europese reflex en karakteriseerde de bedoelde verfwerken als ’een abstracte kunst zonder fundamentele waarden, van een inhoudelijke willekeur en vooral met een devaluatie van de waardevolle Europese traditie’ (NZZ 30/11/17). En de Süddeutsche Zeitung zette de puntjes op de i: ‘In de koude cultuuroorlog werd de ‘culturele hegemonie’ en de ‘moderniteit’ op alle manieren bevorderd. (SZ 18-19 november ’17.) Van ‘culturele oorlogen’ sprak in een boek van 2004 Volker Berghahn, wiens studie naar aanleiding van de Berlijnse tentoonstelling opnieuw in de schijnwerpers stond.

7

De ‘waardevolle Europese traditie’ houdt in dat het kunstenaarschap van een verkochte kunstenaar twijfelachtig is. De Zwitserse inzenders van lezersbrieven die zich afvroegen of Max Frisch nog wel een échte schrijver kon worden genoemd, bevonden zich in die traditie. Lukianos van Samosata, een door de Ecologische Klassiek gewaardeerde schrijver uit de tweede eeuw, schreef een tekst over ‘Het treurige lot van geleerden die zich aan rijke families verhuren’[4]. En ik heb een herinnering aan een uitspraak van Goethe die (naar de inhoud) ergens zegt: niét corrupt is alleen die dichter die op ieder moment dát schrijft wat grammaticaal gezien nodig is, zonder rekening te houden met de gevolgen die dat de dag daarop voor hem zou kunnen hebben.

De kunstenaars die zich in de DDR als IM – ‘inofficiële medewerker’ aan de Stasi verkochten hebben daarmee hun reputatie geruïneerd. En de ‘inofficiële medewerkers’ van de CIA?

Vorig jaar werd er ook een officieel document van de CIA bekend blijkens welk ook de filosofie beïnvloed werd, maar dat moet Coralie maar in een apart stuk behandelen.

Om terug te komen op onze vraag van het begin: zou iemand in Huichelarije ook zo’n brief kunnen schrijven als die Zwitsers? Er is in dat land geen – als ik zou schrijven: literaire cultuur zou ik te genadig zijn. Het is ook algemener, een afwezigheid van morele normen, van ethiek. Zo waren er schrijfsters die zich door Herman de Coninck lieten tutoyeren zonder dat er een haan naar kraaide, ‘universiteiten’ die Hugo Claus met alle geweld en tegen beter weten in zoeken op te kloppen tot een belangrijke figuur, die iedere kritiek terzake gewoon negeren, iedere discussie onmogelijk proberen te maken. Die verhinderen dat cultuur ontstaat, dat er begrippen over de ethiek van de kunst – maar ook van alle andere dingen des levens –kunnen worden ingeplant en gedijen.

 

______________________________

  1. De Britse historicus Frances Stonor Saunders bond de kat de bel aan met een artikel in The Independent:http://www.independent.co.uk/news/world/modern-art-was-cia-weapon-1578808.html waarin ze haar boek ‘Who Paid the Piper? CIA and the Cultural Cold War’ (Granta 1999) voorstelde. Van dat boek verscheen ook een Amerikaanse uitgave, ‘The Cultural Cold War: The CIA and the World of Arts and Letters’ (The New Press 2000).Een ZDF-film die door o.a. Arte werd uitgezonden was:Hans-Rüdiger Minon: Benutzt und gesteuert. Künstler im Netz der CIA. Zweites Deutsches Fernsehen 2006.Recente stukken over het onderwerp in de Zwitserse ‘Tages-Anzeiger’, 5 februari 2018 (https://www.tagesanzeiger.ch/sonntagszeitung/max-frisch-und-die-cia/story/210519); in ‘Telepolis’, 7 februari 2018 (https://www.heise.de/tp/news/Die-Max-Frisch-Identitaet-3962024.html) Cfr. ook de Neue Züricher Zeitung, 5 februari 2018.

    N.a.v. de Berlijnse tentoonstelling ‘Parapolitik’: Neue Züricher Zeitung 30/11/17; Süddeutsche Zeitung 18-19/11/17.

    Volker Berghahn: Transatlantische Kulturkriege – Shepard Stone, die Ford-Stiftung und der europäische Antiamerikanismus. Stuttgart 2004.

  2. Volker Gerhardt: Pathos und Distanz. Stuttgart 1988. P. 40 (noot 4). Gerhardt citeert trouwens, nl. een werk van H. Ottmann.
  3. In het ‘Traktaat van het Alsof’ (kap. 4) – in ‘Alle Lust wil Eeuwigheid’.
  4. Voor die titel ben ik aangewezen op de vertaling van Goethes vriend Christoph Martin Wieland in: Lukian von Samosata, Sämtliche Werke, Wiesbaden 2014.

 

error: Kopij bescherming !!