LiteraLeaks Posts

Van atelierfeest naar stakerspost

Foto: Prof. Daas.

 

LM 31 maart 2019

 

Ik ging naar de hoofdingang van onze kantoren om met de stakerspost te praten. Coralie en Eurykleia schenen een tevreden zelfbewustzijn aan hun actie te ontlenen. Ze waren vriendelijk en ‘gespreksbereid’. Eurykleia verontschuldigde zich zelfs voor het Macron-scheldwoord dat ze me had toegeroepen.

De Zilveren Rokjes wilden naast de Gele Hesjes een revolutionaire beweging worden tegen de manipulatie van de publieke opinie en de media, een soort gespecialiseerde Gele Hesjes dus.

‘Er gaat geen dag voorbij zonder dat er sprake is van nieuwe ingebouwde filters in het internet,’ zei Coralie, ‘de verkochte media hebben de beginselen van het journalistieke handwerk lang opgegeven – in Huichelarije hebben die trouwens nooit een rol gespeeld.’

‘Neem nu bijvoorbeeld…’ begon Eurykleia, maar ze kreeg de kans niet om aan het woord te komen, want haar kleindochter ging door:

‘Fake news, alternatieve feiten, trollen, samenzweringstheorieën… En wat niet in hun kraam past – of in die van de Nato of de Amerikanen past – wordt gewoon doodgezwegen.’

‘En de Zilveren Rokjes zullen daar verandering in brengen?’

‘Neem nu bijvoorbeeld die munitie waarmee Macron op de mensen laat schieten,’ zei Eurykleia – en zo ging dat nog een hele tijd over en weer. Eurykleia beschuldigde mij van censuur; Coralie met haar meer systematische geest probeerde die beschuldiging vast te knopen aan concrete bezwaren, maar het kwam wel op hetzelfde neer. Een concreet en actueel voorbeeld was de ‘belemmering van haar werk’.

Er was een verband tussen de niet-receptie van Van Ostaijen en de recontextualisering van de affaire van de Rechtvaardige Rechters – de bemoeilijking daarvan. Ze wou daarover een steekkaart maken voor haar ‘detectivebord’, maar eerst had ik moeten aantonen dat de literatuurprofessoren inderdaad niet beseffen waarop het bij Van Ostaijen aankomt. Zo was er wel meer. Gij waant in vrede te rusten terwijl overal om ons heen de oorlog woedt, citeerde ze de Griekse dichter Kallinos.

Achterstand ja, die heb ik – had de dag maar eens honderd uren, om alles te kunnen schrijven wat nodig is – maar censuur? Geenszins, Coralie! Herhaaldelijk heb ik iedere vorm van censuur afgewezen. Er zijn geen beperkingen, literatuur mag alles, ook wat volgens de gewone burgerlijke wetgeving verboden is. Maar tegelijk moet ze diplomatisch te werk gaan, haar eigen mogelijkheid tot voortbestaan in het oog houden en in het allerdiepste geheim de dag voorbereiden – wat is de revolutie van de Gele Hesjes daarbij vergeleken?

Ik geef jullie gelijk, maar laten we geen kruit verschieten…

‘De revolutie van de Zilveren Rokjes,’ zuchtte Eurykleia.

Aldus bleek dat onze standpunten eigenlijk heel dicht bij elkaar lagen. Gering was het vijven en zessen dat nog nodig was en bijna hadden we een vergelijk; reeds omhelsde Eurykleia mij.

Op dat moment kwamen de professoren Daas en Zoetesmeer, na een hele tijd zoekend onderweg te zijn geweest, voorgereden. Zoetesmeer sprong uit de auto, tot bemiddelen bereid en tot ‘bruggen bouwen ergens’ en vooral tot het ‘creëren van een klimaat zo’, zoals hij niet aarzelde ons mede te delen.

En had hij dan maar gezwegen! Maar om de geloofwaardigheid en de ernst van zijn positie nog te vergroten, voegde hij eraan toe:

‘Transcendentaal.’

Aldus hielp hij de bijna bereikte overeenkomst toch nog om zeep. Coralie namelijk, er steeds op uit om haar volk te leren denken, blokkeerde alle verder pogingen, weigerde nog een woord te zeggen en sloot zich op in zichzelf.

De staking duurt voort.

Prof. Daas heeft een foto gemaakt van de stakerspost

Sociale onrust bij HP. Hoe het groeide.

 

LM, 26 maart 2019.

De ontaarde vernissage.

We kunnen het niet langer verborgen houden dat er bij Het Paradigma een staking is uitgebroken, en wel een wilde! Ook de vakbonden steunen dit initiatief van Coralie en Eurykleia dus niet.

Het begon op het atelierfeest ter gelegenheid van het door Eurykleia geschapen kunstwerk, de gecomprimeerde reynebeau, en wel met een ongepast optreden van prof. Daas. Die zat weliswaar half verborgen achter een vier meter hoog standbeeld van de Minotaurus – waaruit de invloed van Arno Breker op de kunstenares Eurykleia maar al te duidelijk bleek – en hij probeerde zijn aandeel in de Kniegate-affaire nog maar eens te verdoezelen en te minimaliseren. Deze keer liet hij niet Odysseus opdraven maar verkondigde de stelling dat wat hij de ‘Vlaamse letteren’ noemde gepredestineerd waren om zich ‘voor lingerie te interesseren’. Er waren op dat moment een dertigtal mensen in het atelier en nog eens zo veel op het terras en in de tuin. De grote meerderheid gedroeg zich beschaafd en rustig. Maar Daas overstemde zelfs het strijkkwartet dat op een geïmproviseerd podium het kwartet in d van Mozart uitvoerde dat geschreven zou zijn tijdens de geboorte van een kind, en waar de componist de kreten van pijn van zijn echtgenote Constanze ‘ingecomponeerd’ zou hebben. Eurykleia had dit werk uitgekozen om haar eigen barensweeën tijdens het scheppen van de gecomprimeerde reynebeau navoelbaar te maken.

Met snijdend nasale stem stoorde Daas de muziek.

‘François Rabelais vertelt in zijn beroemde Pantagruel en Gargantua,’ riep hij, ‘dat Panurge zijn hand zelfs op de boezem van “bonnes dames” legde onder voorwendsel dat hij het “fijne linnen uit Vlaanderen of uit Henegouwen” wilde bewonderen!’

Op dat moment weerklonk voor het eerst de pijnkreet in het andante van het kwartet. De eis om stilte weerklonk dringender, sommige gasten schenen zich boos te willen maken. Uit Rabelais meende Prof. Daas te kunnen afleiden ‘dat ons volk een zekere verantwoordelijkheid heeft, zich om het allerfijnste ondergoed in de literatuur te bekommeren’. Voilà, dus tengevolge van die beroemde hemden uit de zestiende eeuw.

‘Ssst…’ klonk het overal.

Prof. Jos Zoetesmeer probeerde prof. Daas met molenwiekende gebaren tot zwijgen te brengen, maar die meende dat de algemene consternatie voortkwam uit bewondering voor zijn college en doceerde nog overtuigder dat ‘het gehalte’ van ‘onze letteren’ geweldig gestegen was door Herman de Coninck en Kristien Hemmerechts die aan deze grote traditie hadden aangeknoopt en voorwerpen als jarretelles hadden binnengebracht in de hogere cultuur.

Intussen waren er muziekliefhebbers die Daas metterdaad het zwijgen wilden opleggen en wilden overgaan tot geweld.

Zoetesmeer probeerde te bemiddelen en beweerde dat Daas ‘een verhaal had’ en dat we ‘dit narratief’ ernstig moesten nemen, maar hij kon niet meer beletten dat er een gevecht in regel ontstond waarbij het kwartet definitief zijn biezen pakte.

Toen de gemoederen wat bedaard waren nam ik Eurykleia terzijde en verweet haar dat ze beter had moeten uitkijken wie ze uitnodigde.

Ze hád de voorstaanders van de lingerie-traditie niet uitgenodigd, beweerde ze, deze theologische faculteit. Die waren vanzelf gekomen, op Zoetesmeer na, die haar platonische vriend was, en wél uitgenodigd, zoals ook de psychiater prof. Schimmelspoor. Maar zelfs Daas had alleen maar zichzelf geïnviteerd. En overigens nodigde ze uit wie ze wilde.

Van het ene woord kwam het andere. Ook Coralie kwam haar duit in het zakje doen. Lang verdrongen bezwaren kwamen aan de oppervlakte: de censuur die ik uitoefende op Eurykleia’s politieke tribunes, het verbod om op de website aan politiek te doen…

Zoetesmeer steunde de dames in alle bescheidenheid, en beklaagde dat de moreel opbeurende stukken die hij wekelijks stuurde om de website een diepere dimensie te geven geen van alle geplaatst werden, hoewel hij mijn narratief ergens zo niet afwees en hij luisterbereid bleef.

Ik schoof hem opzij en beschuldigde Eurykleia en Coralie ervan dat hun Neo-situationisme in wezen romantisch was. Ze waren geschokt; een ogenblik fluisterden ze met elkaar en poneerden dan dat ze IN STAKING gingen.

Zoetesmeer bood nog eens aan om te bemiddelen, maar er viel geen zalf meer aan te strijken. In hun revolutionaire elan verklaarden Eurykleia en Coralie zich ‘volledig solidair’ met de Gele Hesjes in Frankrijk; ze riepen zichzelf uit tot de Zilveren Rokjes – toevallig droegen ze allebei een zilverkleurige feestrok – die een soort gespecialiseerde afdeling van de Gele Hesjes zou zijn, een stoottroep. Van het atelierfeest gingen ze als stakerspost recht naar de redactie van Het Paradigma. Prof. Daas heeft daar trouwens foto’s van gemaakt.

Maar eerst scholden ze mij nog uit voor – Macron!

(Wordt voortgezet.)

LiteraLeaks 14

ë

 

Eurykleia aan Prof. Daas.

Waarde Daas,

Odysseus omklemde als smekeling de knieën van de koningin der Phaeaken, schrijf je terecht, en jij als literatuurwetenschapper bent daardoor op een verkeerd spoor gezet. Dit is de verklaring voor je wangedrag tegenover mij.

Dat je je hand op mijn knie gelegd hebt zou ik nog blauwblauw kunnen laten (en de bloedneus en het blauwe oog die er het gevolg van waren als voldoende genoegdoening beschouwen), als je de schuld niet probeerde af te wentelen op Homeros zélf.

Odysseus is aangespoeld als schipbreukeling en aangewezen op de hulp van Nausikaä en haar vriendinnen. Maar hij is volkomen naakt. Om de meisjes onder ogen te kunnen komen houdt hij een dichtbebladerde takkenbos voor zijn – mannelijkheid, zal ik maar zeggen. Als hij zo uit het bos opdoemt, slaan alle meisjes op de vlucht. Alleen koningsdochter Nausikaä wordt door de speciale bijstand van Pallas Athene zozeer gesterkt dat ze in staat is te blijven en hem te woord te staan. Maar Odysseus, de listige, weet natuurlijk dat hij haar niet bang mag maken. Hij vraagt zich af of hij haar te voet kan vallen en haar knieën omvatten – wat dus de houding van een smekeling schijnt te zijn. Maar hij vindt het verstandiger om op afstand te blijven en haar toe te spreken met vleiende woorden ‘opdat ze niet toornig werd als hij haar knieën aanraakte’. Zo staat het in de vertaling van Dirk Volkertszoon Coornhert, groot humanist, schrijver, vertaler, graficus… En dus martelaar, een Gentenaar die als ketter naar het noorden moest vluchten, vervolgd door uw katholieke geloofsgenoten, Daas.

Nausikaä vindt Odysseus ‘wonderlijk’, hoewel – zegt ze – ‘gij niet zot noch onrustig en zijt in den schijne’ (206). Maar later, als hij gebaad is en geolied ziet hij er zo geweldig uit!

Nausikaä vraagt haar vrouwen: ‘Dunkt hem u niet bij een van de goden te gelijken? O hadden mij de goden zulk een man uitgelezen!’ (264-5)

Geen wonder dat ze het beste met hem voor heeft en hem precies uitlegt wat hij moet doen om door de Phaeaken te worden geholpen. Haar belangrijkste raad: ga naar het paleis en val mijn moeder te voet. Naar haar vader moet hij niet omkijken: ‘Loop langs hem heen en omarm de knieën van mijn moeder.’ (vert. Imme Dros.) Dat doet hij ook en ‘omvatte met smekende handen de knieën van onze moeder’

Wat is nu het verschil met jou, Daas? Dat jij je met Odysseus durft te vergelijken! Maar als ik jou uit om het even welk bos tevoorschijn zou zien treden, zelfs met een biologische broek als Odysseus, maar zo groot dat je er helemáál achter schuilging, dan nog zou ik vierklauwens wegvluchten van dat strand. En geen Athene met Zeegroene Ogen zou me kunnen weerhouden – al heb ik anders een grote verering voor de godin.

Je hebt een vrouw en arme bloedjes van kinderen, schrijf je nog.

Daaraan had je vroeger moeten denken.

Mensen met echte begaafdheid voor literatuur halen uit de grote meesters alleen maar goede lessen; katholieken verdraaien de tekst. Aldus spreekt Eurykleia.

P.S. – Als het als smekeling was dat je mijn knieën omvatte, waaróm wou je dan wel smeken?

 

***

 

Uit een ‘repliek’ van prof. Zoetesmeer aan Eurykleia (samenvattend citaat).

 

…is het zo onwaarschijnlijk dat de Russen tenminste een partiële medeplichtigheid – Kniegate zou het eerste grote schandaal van de voorbije jaren zijn waar Poetin voor niets tussen zit! De Nato moet ingrijpen en op z’n minst manoeuvres organiseren om de Russische bedreiging te keer te gaan…

 

***

Eurykleia aan Zoetesmeer.

Beste Jos,

Wat lig je een repliek te schrijven op mijn uitgelekte brief aan Daas, terwijl je helemaal niet aangesproken was! De

Nato, dat is een misdadige organisatie, daar moeten we uit.

Het spreekt vanzelf dat er in Europa geen steen meer op de ander blijft als het tot een conflict komt. Misschien willen de Amerikanen dat wel maar wat ik wou –

Ik weet uit betrouwbare bron dat de uitgeverij Paradigma in het nieuwe jaar een nieuwe roman van Lucas wil publiceren. En dat boek zou over jou gaan, Jos! Het manuscript heeft hier zelfs op de hoek van de ontbijttafel gelegen, zonder dat ik er erg in had. Het zijn maar geruchten, mijn kleindochter heeft het boek kunnen inkijken, maar ze zwijgt als het graf. Het boek gaat zeker over je moeilijke jeugd en hoe je het toch tot moraaltheoloog hebt weten te brengen. Komt Kniegate er al in voor?

Dit moet ik je zeggen, Jos: als de schande te groot wordt dan kan ik niet anders… Mijn geloofwaardigheid als verkoopdirecteur van het Paradigma zou in het gedrang kunnen komen. Ik kan geen platonische vriendschap onderhouden met iemand die mijn goede naam in opspraak brengt. Onthou dat goed.

Eurykleia

 

 

 

 

 

 

LiteraLeaks (13)

Email Eurykleia.

DRINGEND!!!

Beste Lucas.

Is dat daar in Knokke-Heist soms de verzamelplaats van de kinderverkrachters van het netwerk waarvoor Dutroux kinderen leverde? Zeventig procent van de stemmen heeft Leopold Lippens daar gehaald. Het is waar, die is daar al heel lang burgemeester, en makelaar in onroerende goederen is hij ook. Heeft hij soms het hele netwerk daar ondergebracht, in villa’s in de duinen en dat die lui allemaal voor hem stemmen?

Zesenzeventig is die man, maar hij gelooft dat hij nog door kan gaan tot over de honderd: ‘Ik heb goeie genen en onderhoud mezelf goed’, zegt hij (Het Laatste Nieuws, 29 sept. 2018).

Deze Lippens en zijn broer Maurice zijn door meer dan een van de beroemde X-getuigen uit de affaire Dutroux genoemd als deelnemers aan seks-uitspattingen met kinderen. Maar die X-en werden gediscrediteerd. Op 12 juni 1998 maakte Jean Soenen, procureur des Konings in Gent een einde aan hun optreden in het onderzoek met een verklaring die o.m. over een van de X-en poneerde: ‘Als algemene conclusie kan worden vooropgesteld dat ál haar verklaringen totaal ongeloofwaardig zijn gebleken en het voorwerp zijn van pure fantasie.’

Wat ik zeggen wou, beste Lucas, zou ik niet nog eens een algemeen gewaardeerde rubriek over dit schandaal kunnen schrijven? De slachtoffers worden hier weer eens tot daders omgelogen om de daders als slachtoffers te kunnen voorstellen.

 

***

Lucas aan Eurykleia.

Doorgaan tot over de honderd? Zou het niet kunnen, Eurykleia, dat Lippens’ genen op peil worden gehouden en gerevitaliseerd met het bloed van die kinderen – of heb je nog nooit van vampirisme gehoord?

En wij zitten in de literatuur met de taak opgescheept om die kinderen te rehabiliteren en de nodige monumenten voor ze op te richten.

Deze Rechtvaardige Rechter uit Gent, die Soenen… Kijk eens wat hij precies zegt: “Als algemene conclusie kan worden vooropgesteld”.

In zijn linguistische impotentie zegt hij per ongeluk de waarheid, namelijk dat de getuige X1 over wie hij het heeft bij voorbaat, a priori, ongeloofwaardig moest worden verklaard. Wat is immers een vooropgestelde conclusie? Dat is een conclusie die al geconcludeerd is voor de zaak bekeken is, “vooropgesteld” dus. In de Aristotelische logica heet dat een contradictio in adiecto, een begrip dat kenmerken bevat die met de inhoud van het begrip zelf in tegenspraak zijn, een contradictie in het bijvoeglijk naamwoord – want het begrip conclusie, slotsom dus, sluit dat voorafbepaalde uit – want mét dat laatste is het immers geen slot-som meer! Het is in dit geval een poging om een voor-oordeel om te liegen tot een conclusie. De hedendaagse logica spreekt in zo’n geval van een ‘conjunctie van contraire termini’, zoals bijvoorbeeld ‘een rond vierkant’, een ‘hoekige cirkel’. Én een “vooropgestelde conclusie”.

Ad secundum, Eurykleia, nu we toch zo prachtig Latijn aan het spreken zijn, ook de burgemeester van Antwerpen zou het ons niet verbeteren…

“Als conclusie kan worden vooropgesteld dat haar verklaringen zijn gebleken” – zelfs zo’n Soenen heeft kennelijk een gevoel dat er iets niet klopt met die voorafconclusie. Hij bedenkt een geniale oplossing: de verklaringen die tijdens het voorafconcluderen werden verzonnen zijn immers iets wat achteraf is gebleken.

Het kan zijn dat een vooropgesteld construct zich in werkelijkheid bewaarheidt – maar de zin waarvan we vertrokken zijn wordt daardoor nog geen conclusie maar blijft een premisse, zij het in zulk geval een gestaafde. Een vooropgestelde gebleken conclusie is gewoon onzin want in onze logica ook nog een contradictio in terminis.

Ik geloof niet dat die Soenen zijn beheersing van het Schoonvlaams bij de jezuïeten verworven heeft. Die zouden hem hebben weggeselecteerd in de richting van een portierschap van een club waar de Wilfrieden Martens, de hele Belgische operette-adel en Opus Dei de klandizie uitmaken – jouw vriend prof. Zoetesmeer kent de meesten daarvan en weet misschien dingen die – ik vergat nog de obligate deelname van leden van de koninklijke familie in dergelijke gezelschappen.

Sorry, Eurykleia, maar we doen immers niet aan politiek op onze website. Misschien kun je voor geregistreerde lezers rondleidingen organiseren in een gemeente waar zeventig procent van de kiezers die grijsaard met vitale genen tot burgemeester uitverkiest. Voor de website intussen – zou je niet eens aan je moraaltheologische vriend kunnen vragen of hij een morele column voor ons wil schrijven? Zodat we onze kwade naam wat kwijtraken en meer compatibel worden met de Tartufistaanse betere kringen.

 

***

Prof. Zoetesmeer aan Eurykleia.

Ik wil vergeten en vergeven dat je mijn ontwerpen voor morele columns voor de Paradigma-website in februari ‘gezwets’ genoemd hebt. Als je al maar zou inzien dat mijn hand op je knie heel anders geïnterpreteerd moet worden, moraaltheologisch en transcendentaal. En dat ik me onbegrepen voelde. Ik heb een korte verhelderende tekst geschreven die ik je dezer dagen stuur als hij af is. Als Daas je intussen zijn versie met Odysseus etc. zou proberen op te dringen – ik kan je op dit moment alleen maar vragen: geloof hem niet.

JA in alle toonaarden (maar niet in mineur)!

Sylt, juni 2018. LM.

 

september 2018. Coralie Coloratuur.

 

Stilaan wordt duidelijk dat literatuur onder andere is: de voortzetting van de diefstal van de Rechtvaardige Rechters met andere middelen. Die er ook voor zorgt dat de zaak nooit begraven zal kunnen worden, niet nóg eens onder het tapijt geveegd – ook niet als het paneel terug zou komen. Tegen deze achtergrond moeten we de vernieuwde poging van professor Zoetesmeer zien, die ons schreef:

‘In de zomerpauze zouden Eurykleia en ik toch wekelijks een kleine column op Het Paradigma kunnen publiceren, die ertoe bij zou dragen de intellectuele elite ook op een hoger moreel peil te brengen.’

Hij deinsde er niet voor terug, mij ongevraagd te tutoyeren:

‘Zeg JA, Coralie! Niet langer je gevoelens verdringen/ JA-zeggen tegen onze moreel hoogstaande column betekent JA-zeggen tegen de Mens. JA – met hoofdletter J én met hoofdletter A/ JA in alle toonaarden (maar niet in mineur) – daarvoor bid ik.’

Ik wou eigenlijk niet dat mijn oma Eurykleia naar het feest zou komen in onze Villa aan het Lago Maggiore, het feest ter gelegenheid van de uitverkiezing van Frans Zelfspeler tot ‘Poëet der Natie’ van Tartufistan. Waarmee het ‘Masterplan’ van de Villa Elevata, alias de Verheven Villa – ook de Instantie genoemd, de Organisatie of kortweg de Org – volledig gerealiseerd werd. Toegegeven, oma slaagde er – door tóch te komen – voor korte tijd in de moraaltheoloog weg te lokken van zijn columns.

Ze kwamen met van die deltavliegers met motor, Eurykleia en prof. Zoetesmeer. Oma maakte bij de landing een buiteling en rolde een heel stuk de helling af. Zoetesmeer had een tamelijk platte rechthoekige doos voor de borst bevestigd, waarin zijn mijter zat.

‘Ik weet niet of we wel uitgenodigd zijn, lieve mensen,’ riep oma al terwijl ze overeind krabbelde, ‘misschien had Coralie liever gehad… Maar ik dacht, we gaan toch maar. Eigentijds uitgedrukt vraag ik me dus af of wij beiden eigenlijk wel voorkomen in dit narratief. Maar er zal wel niemand zijn die ons wil beletten de Poëet der Natie mee te komen vieren. Tenslotte ben ik geen onbekende in de literaire wereld en heb ik zelf ook een zeer gesmaakt kerstverhaal geschreven. https://kurtz.owncube.com/hetparadigma/2017/12/24/kerstverhaal-van-eurykleia/ Dit is professor Zoetesmeer, beste vrienden allemaal. (Sta eens fatsoenlijk rechtop, Jos.) Hij en ik hebben een geestelijke vriendschap. Voor degenen van jullie die toevallig een gewetensprobleem hebben – Jos zal met plezier advies verlenen. Hij is een vooraanstaande moraaltheoloog.’

Zoetesmeer leed aan de gevolgen van de vlucht: zijn vliegangst had hij alleen overwonnen onder de felle aandrang van Eurykleia. Grijs als lood zag hij eruit, en hij trilde over zijn hele lichaam. Een paar zangeressen van het (in het zingen van Zelfspeler-gedichten gespecialiseerd; CC) koor ontfermden zich over hem. Ze schoten te hulp en beurden hem op zo goed ze konden. Ze vroegen zich niet af of de kledij waarin ze zo-even nog gezwommen en gezonnebaad hadden passend was bij de opvang van een moraaltheoloog die zo kort geleden nog tot over zijn oren verstrikt had gezeten in Kniegate. https://kurtz.owncube.com/hetparadigma/2018/03/08/literaleaks-8/ & https://kurtz.owncube.com/hetparadigma/2018/03/10/literaleaks-9/

Er was een pittige sopraan die zonder moeite de hoge d en zelfs de e haalde en op sommige dagen zelfs de f, zodat de bravourearia van de Koningin van de Nacht binnen haar bereik kon liggen. Die hielp hem met het afgespen van de vlieger, terwijl de soubrette in het roze badpak zolang zijn mijter vasthield. Een roodharige contra-alt hielp met de ritssluiting van zijn overall, hoewel Zoetesmeer nog genoeg tegenwoordigheid van geest bezat om te beletten dat ze die verder naar beneden trok dan tot halverwege zijn borstbeen.

De professor begon te hakkelen, maar niemand verstond hem, zelfs het korte woordje JA tegen de mens scheen hij niet meer duidelijk over de lippen te kunnen krijgen. De roodharige en de soubrette – die de neiging had vals te zingen en een badpak droeg dat wel bijzonder krap was – gaven hem schouderklopjes. Maar het was de stem van Eurykleia die hem helemaal weer oprichtte.

‘Vooruit Jos, zet je mijter eens op. Jos, beste mensen, is een echte Monsignore. Alleen al daarom kan onze vriendschap voor altijd niet meer dan platonisch zijn. Daar heb ik me voorgoed bij neergelegd.’

De professor scheen hiertegen te willen protesteren.

‘Enerzijds…’ hakkelde hij, en ‘transcendentaal gesproken…’ maar hij kwam niet verder. Hij slaakte een diepe zucht, sloeg zijn ogen ten hemel en wreef de handpalmen langzaam tegen elkaar, alsof hij zijn handen waste zonder zeep of water.

‘Wij wachten, Jos.’

‘Beste mensen, beste waardengemeenschap… Ik ben met Eurykleia meegekomen omdat ik een bewonderaar van Frans Zelfspeler ben. Vanuit moraaltheologisch oogpunt is hij in dit land zeker de grootste dichter sinds F.R. Boschvogel, Zuster Maria Josefa en de Nachtegaal van Sint-Baafs-Vijve – die ook de profeet van Sint-Baafs-Vijve genoemd wordt omdat hij criticus was bij het bewonderenswaardige dagblad De Standaard, een inspirerend orgaan…’

‘Zeg dat we dit verhaal een invulling moeten geven, Jos.’

‘We moeten dit verhaal een invulling geven, beste medemensen. Wilt u ook aanwezig zijn bij het feest voor de Poëet der Natie – registreer u dan via een e-mail aan miss.ecologische.klassiek@kurtz.owncube.com. Gewoon uw e-mailadres geven, maar vergeet u daarbij niet te vermelden voor welke bijdrage u het wachtwoord aanvraagt. (Voor het feest voor de Poëet der Natie: vanaf 3 september.)

error: Kopij bescherming !!