Welkom/Eigen aangelegenheden Posts

Van atelierfeest naar stakerspost

Foto: Prof. Daas.

 

LM 31 maart 2019

 

Ik ging naar de hoofdingang van onze kantoren om met de stakerspost te praten. Coralie en Eurykleia schenen een tevreden zelfbewustzijn aan hun actie te ontlenen. Ze waren vriendelijk en ‘gespreksbereid’. Eurykleia verontschuldigde zich zelfs voor het Macron-scheldwoord dat ze me had toegeroepen.

De Zilveren Rokjes wilden naast de Gele Hesjes een revolutionaire beweging worden tegen de manipulatie van de publieke opinie en de media, een soort gespecialiseerde Gele Hesjes dus.

‘Er gaat geen dag voorbij zonder dat er sprake is van nieuwe ingebouwde filters in het internet,’ zei Coralie, ‘de verkochte media hebben de beginselen van het journalistieke handwerk lang opgegeven – in Huichelarije hebben die trouwens nooit een rol gespeeld.’

‘Neem nu bijvoorbeeld…’ begon Eurykleia, maar ze kreeg de kans niet om aan het woord te komen, want haar kleindochter ging door:

‘Fake news, alternatieve feiten, trollen, samenzweringstheorieën… En wat niet in hun kraam past – of in die van de Nato of de Amerikanen past – wordt gewoon doodgezwegen.’

‘En de Zilveren Rokjes zullen daar verandering in brengen?’

‘Neem nu bijvoorbeeld die munitie waarmee Macron op de mensen laat schieten,’ zei Eurykleia – en zo ging dat nog een hele tijd over en weer. Eurykleia beschuldigde mij van censuur; Coralie met haar meer systematische geest probeerde die beschuldiging vast te knopen aan concrete bezwaren, maar het kwam wel op hetzelfde neer. Een concreet en actueel voorbeeld was de ‘belemmering van haar werk’.

Er was een verband tussen de niet-receptie van Van Ostaijen en de recontextualisering van de affaire van de Rechtvaardige Rechters – de bemoeilijking daarvan. Ze wou daarover een steekkaart maken voor haar ‘detectivebord’, maar eerst had ik moeten aantonen dat de literatuurprofessoren inderdaad niet beseffen waarop het bij Van Ostaijen aankomt. Zo was er wel meer. Gij waant in vrede te rusten terwijl overal om ons heen de oorlog woedt, citeerde ze de Griekse dichter Kallinos.

Achterstand ja, die heb ik – had de dag maar eens honderd uren, om alles te kunnen schrijven wat nodig is – maar censuur? Geenszins, Coralie! Herhaaldelijk heb ik iedere vorm van censuur afgewezen. Er zijn geen beperkingen, literatuur mag alles, ook wat volgens de gewone burgerlijke wetgeving verboden is. Maar tegelijk moet ze diplomatisch te werk gaan, haar eigen mogelijkheid tot voortbestaan in het oog houden en in het allerdiepste geheim de dag voorbereiden – wat is de revolutie van de Gele Hesjes daarbij vergeleken?

Ik geef jullie gelijk, maar laten we geen kruit verschieten…

‘De revolutie van de Zilveren Rokjes,’ zuchtte Eurykleia.

Aldus bleek dat onze standpunten eigenlijk heel dicht bij elkaar lagen. Gering was het vijven en zessen dat nog nodig was en bijna hadden we een vergelijk; reeds omhelsde Eurykleia mij.

Op dat moment kwamen de professoren Daas en Zoetesmeer, na een hele tijd zoekend onderweg te zijn geweest, voorgereden. Zoetesmeer sprong uit de auto, tot bemiddelen bereid en tot ‘bruggen bouwen ergens’ en vooral tot het ‘creëren van een klimaat zo’, zoals hij niet aarzelde ons mede te delen.

En had hij dan maar gezwegen! Maar om de geloofwaardigheid en de ernst van zijn positie nog te vergroten, voegde hij eraan toe:

‘Transcendentaal.’

Aldus hielp hij de bijna bereikte overeenkomst toch nog om zeep. Coralie namelijk, er steeds op uit om haar volk te leren denken, blokkeerde alle verder pogingen, weigerde nog een woord te zeggen en sloot zich op in zichzelf.

De staking duurt voort.

Prof. Daas heeft een foto gemaakt van de stakerspost

Sociale onrust bij HP. Hoe het groeide.

 

LM, 26 maart 2019.

De ontaarde vernissage.

We kunnen het niet langer verborgen houden dat er bij Het Paradigma een staking is uitgebroken, en wel een wilde! Ook de vakbonden steunen dit initiatief van Coralie en Eurykleia dus niet.

Het begon op het atelierfeest ter gelegenheid van het door Eurykleia geschapen kunstwerk, de gecomprimeerde reynebeau, en wel met een ongepast optreden van prof. Daas. Die zat weliswaar half verborgen achter een vier meter hoog standbeeld van de Minotaurus – waaruit de invloed van Arno Breker op de kunstenares Eurykleia maar al te duidelijk bleek – en hij probeerde zijn aandeel in de Kniegate-affaire nog maar eens te verdoezelen en te minimaliseren. Deze keer liet hij niet Odysseus opdraven maar verkondigde de stelling dat wat hij de ‘Vlaamse letteren’ noemde gepredestineerd waren om zich ‘voor lingerie te interesseren’. Er waren op dat moment een dertigtal mensen in het atelier en nog eens zo veel op het terras en in de tuin. De grote meerderheid gedroeg zich beschaafd en rustig. Maar Daas overstemde zelfs het strijkkwartet dat op een geïmproviseerd podium het kwartet in d van Mozart uitvoerde dat geschreven zou zijn tijdens de geboorte van een kind, en waar de componist de kreten van pijn van zijn echtgenote Constanze ‘ingecomponeerd’ zou hebben. Eurykleia had dit werk uitgekozen om haar eigen barensweeën tijdens het scheppen van de gecomprimeerde reynebeau navoelbaar te maken.

Met snijdend nasale stem stoorde Daas de muziek.

‘François Rabelais vertelt in zijn beroemde Pantagruel en Gargantua,’ riep hij, ‘dat Panurge zijn hand zelfs op de boezem van “bonnes dames” legde onder voorwendsel dat hij het “fijne linnen uit Vlaanderen of uit Henegouwen” wilde bewonderen!’

Op dat moment weerklonk voor het eerst de pijnkreet in het andante van het kwartet. De eis om stilte weerklonk dringender, sommige gasten schenen zich boos te willen maken. Uit Rabelais meende Prof. Daas te kunnen afleiden ‘dat ons volk een zekere verantwoordelijkheid heeft, zich om het allerfijnste ondergoed in de literatuur te bekommeren’. Voilà, dus tengevolge van die beroemde hemden uit de zestiende eeuw.

‘Ssst…’ klonk het overal.

Prof. Jos Zoetesmeer probeerde prof. Daas met molenwiekende gebaren tot zwijgen te brengen, maar die meende dat de algemene consternatie voortkwam uit bewondering voor zijn college en doceerde nog overtuigder dat ‘het gehalte’ van ‘onze letteren’ geweldig gestegen was door Herman de Coninck en Kristien Hemmerechts die aan deze grote traditie hadden aangeknoopt en voorwerpen als jarretelles hadden binnengebracht in de hogere cultuur.

Intussen waren er muziekliefhebbers die Daas metterdaad het zwijgen wilden opleggen en wilden overgaan tot geweld.

Zoetesmeer probeerde te bemiddelen en beweerde dat Daas ‘een verhaal had’ en dat we ‘dit narratief’ ernstig moesten nemen, maar hij kon niet meer beletten dat er een gevecht in regel ontstond waarbij het kwartet definitief zijn biezen pakte.

Toen de gemoederen wat bedaard waren nam ik Eurykleia terzijde en verweet haar dat ze beter had moeten uitkijken wie ze uitnodigde.

Ze hád de voorstaanders van de lingerie-traditie niet uitgenodigd, beweerde ze, deze theologische faculteit. Die waren vanzelf gekomen, op Zoetesmeer na, die haar platonische vriend was, en wél uitgenodigd, zoals ook de psychiater prof. Schimmelspoor. Maar zelfs Daas had alleen maar zichzelf geïnviteerd. En overigens nodigde ze uit wie ze wilde.

Van het ene woord kwam het andere. Ook Coralie kwam haar duit in het zakje doen. Lang verdrongen bezwaren kwamen aan de oppervlakte: de censuur die ik uitoefende op Eurykleia’s politieke tribunes, het verbod om op de website aan politiek te doen…

Zoetesmeer steunde de dames in alle bescheidenheid, en beklaagde dat de moreel opbeurende stukken die hij wekelijks stuurde om de website een diepere dimensie te geven geen van alle geplaatst werden, hoewel hij mijn narratief ergens zo niet afwees en hij luisterbereid bleef.

Ik schoof hem opzij en beschuldigde Eurykleia en Coralie ervan dat hun Neo-situationisme in wezen romantisch was. Ze waren geschokt; een ogenblik fluisterden ze met elkaar en poneerden dan dat ze IN STAKING gingen.

Zoetesmeer bood nog eens aan om te bemiddelen, maar er viel geen zalf meer aan te strijken. In hun revolutionaire elan verklaarden Eurykleia en Coralie zich ‘volledig solidair’ met de Gele Hesjes in Frankrijk; ze riepen zichzelf uit tot de Zilveren Rokjes – toevallig droegen ze allebei een zilverkleurige feestrok – die een soort gespecialiseerde afdeling van de Gele Hesjes zou zijn, een stoottroep. Van het atelierfeest gingen ze als stakerspost recht naar de redactie van Het Paradigma. Prof. Daas heeft daar trouwens foto’s van gemaakt.

Maar eerst scholden ze mij nog uit voor – Macron!

(Wordt voortgezet.)

(Wilde) staking bij Het Paradigma

24 maart 2019. Coralie Coloratuur en oma Eurykleia.

 

 

STAKING!!!

Eigen aangelegenheden; Eurykleia

Napels. Museum voor Oudheidkunde.

 

Eurykleia. 10 februari 2019.

Nu ik het trauma van Kniegate zo goed en zo kwaad als het ging achter me gelaten heb, vinden de collega’s van Het Paradigma dat ik maar weer eens de zware taak op me nemen moet om me namens iedereen hier bij onze lezers te verontschuldigen. Er is voortdurend een en ander niet pluis met onze website, er zijn weer/nog steeds technische problemen. Intussen is het zelfs zo erg dat wij geen van allen nog e-mails ontvangen – behalve misschien Coralie in Zwitserland, maar dat weten we dus niet, aangezien we ook háár mails hier niet kunnen openen en haar mobiel heeft ze uitgeschakeld. In ieder geval: wij verontschuldigen ons en doen wat we kunnen om het euvel de volgende dagen te verhelpen.

Blijft u ons welgezind, ondanks alles. Dank & groet.

Eurykleia.

Eigen aangelegenheden. Literatuur mag nog meer.

 

Ariadne (1814) Joh. Heinr. Dannecker, Liebieg-Haus, Frankfurt aM.

 

Lucas Mariën, 17 januari 2019.

Herzien: 3 februari 2019.

 

We hoeven onze lezers niet te vertellen dat het Paradigma vorige week onbereikbaar was – de moeilijkheden schijnen zich nu zelfs te herhalen. Dat spijt ons en we zouden ons verontschuldigen als niet ook wij die onbereikbaarheid gewoon hadden moeten ondergaan. Onze server in Berlijn speelde niet meer mee. Kennelijk was het een panne van grote omvang, waarbij duizenden sites betrokken waren. Deze gebeurtenissen hebben ons in ieder geval nog eens herinnerd aan de kwetsbaarheid van het internet. Van het ene moment op het andere waren we niet alleen blind en doof, maar ook stom en onzichtbaar.

Vanzelfsprekend zijn er in het begin ook vragen gerezen: was er sprake van sabotage door angstige vijanden? Speelde onze laatdunkendheid tegenover Nato, CIA of Opus Dei een rol? Waren de graven Lippens te Knokke en elders in paniek geschoten – we hadden toch alleen nog maar iets over graf Lippens I geschreven! Maar intussen was bekend geworden dat graf Lippens II buiten vervolging gesteld is, als grote baas van de Fortis-bank indertijd… Was het de angst voor Dikè, de godin van de orde en het recht?

Zolang deze website bestaat hebben we op de kwetsbaarheid van het medium geattendeerd en er voor gepleit dat de belangrijkste lezers zich bij ons zouden registreren (miss.ecologische.klassiek@kurtz.owncube.com). Aan hun duivenhok zul je ze herkennen, schreven we over de literatuurliefhebbers, die eerlang weer afhankelijk zullen zijn van de duivenpost om de literatuur te kunnen volgen.

De USA als folterstaat bijvoorbeeld, die te pas en te onpas veel minder schuldige landen de les leest… Maar in het internet is ook het ándere nieuws te vinden en niet alleen de sterkste vindt nog gehoor. De discrepantie tussen de schijn van officiële verhalen en de werkelijkheid springt in het oog. Het enige wat ze daar tot dusver op gevonden hebben is: negeren! Doen alsof dat wat duizenden, soms miljoenen mensen weten, gewoon niet bestaat. Blijven vasthouden aan doorzichtige leugenverhalen en de waarheid doodzwijgen. Maar de mensen zijn niet zó dom, en die houding is dan rampzalig voor je geloofwaardigheid. Er ontstaat een spanning tussen het verkondigde beeld van de werkelijkheid en de realiteit die op den duur ondraaglijk zal worden. Vandaar onze overtuiging dat het duivenmelkerschap de toekomst van de literatuurliefhebber is.

We willen de panne van vorige week (en van nu) aangrijpen om een paar dingen nog eens op een rijtje te zetten.

Het Paradigma is volledig onafhankelijk en heeft geen enkele band met partijen of belangengroepen. De enige leidraad is ons eigen inzicht en de eeuwige onveranderlijke wetten van de literatuur. De normen die ik erken vormen de inhoud zélf van het paradigma-begrip; het zijn geen uitvindingen of verzinsels van mij – het zijn dingen die ik blootleg. Foucault heeft het concept van archeologie van begrippen in de mode gebracht, maar het idee is ouder, heeft hij van Nietzsche.

Jean Baudrillard diagnosticeerde op een bijzonder prangende manier het valse, de leegheid en de holklinkendheid van de hele Westerse civilisatie, de civilisatie als spektakel, het betekenisloze en van belang gespeende van de meeste als artistiek bedoelde artefacten zelfs – en a fortiori van de hele post-literatuur. Maar als dát de heersende toestand is, hoe kun je dan iets tot stand brengen dat daar niet aan meedoet, daar niet toe behoort, iets dat niét ondergaat in de leegte, dat niet platvloers is a priori? Dat is de belangrijkste vraag voor iedere nieuwe kunst en literatuur: kan het echt niet anders dan dat je mee rondploetert in de modder van het gecommercialiseerde kunst- en literatuurbedrijf? De enig denkbare remedie is, je er met de middelen van de literatuur overheen te zetten en gewoon iets te schrijven dat zoveel mogelijk kwaliteiten gemeen heeft met de voorbeelden van de grote meesters – te meer omdat hedendaagse voortbrengselen over het algemeen futiel zijn. En analoog of digitaal of duivenpost, dat heeft dan verder nog maar weinig te betekenen. De traditie stelt een arsenaal van werktuigen ter beschikking waarmee de door Baudrillard geconstateerde toestand tekeer kan worden gegaan, de Europese kunst, van de Grieken tot Hermans. We staan weer op het punt waar Johann Joachim Winckelmann (”de grote Winckelmann”; W.F. Hermans) in 1755 stond:

‘Der einzige Weg für uns, groß, ja, wenn es möglich ist unnachahmlich zu werden, ist die Nachahmung der Alten.‘[1]  –  De enige manier voor ons om groot, ja zo mogelijk onnavolgbaar te worden, is de navolging van de ouden.

 

2

Ik ben er me van bewust dat dat verleden de jongste tijd in een kwaad daglicht wordt gesteld door sommige zg. literatuurwetenschappers en dat het zelfs als agressie beschreven wordt. De bekendste verguizer was Harold Bloom, die een boekje tegen de traditie schreef, ‘Anxiety of Influence’[2]. Bloom weet niet wat literatuur is, haspelt literaire en niet-literaire teksten door elkaar, gebruikt derderangse voorbeelden om zijn theorieën op te bouwen en is een bedrieger. Hij is zo ingenomen met zijn eigen ‘anxiety of influence’ dat hij zich openlijk verwonderd toont over Goethes ‘bevreemdend optimistische weigering om het literaire verleden te zien als in de eerste plaats een hindernis voor nieuwe creatie’ (Anxiety, p. 50). Niet verkeerd in deze bewering is dat Goethe het verleden niet als obstakel beschouwde. Hij prees het juist en was er dankbaar voor. Bloom vergeet dat dan trouwens meteen weer, om een paar bladzijden verderop leugenachtig te beweren dat Goethe zelf ‘verteerd schijnt te zijn van de “anxiety of influence”’ (p. 60).

Bloom was een tekstvervalser en een lasteraar. In een aparte bijdrage maak ik een kort aanhangsel bij deze tekst over de échte mening van Goethe over invloed en die van nog een paar anderen die in tegenstelling tot Bloom gewicht hebben. Overal bij Bloom schemert de rancune tegen het Europese patrimonium door. Hij past in de sfeer van neo-cons en postmodernen. Trefwoorden: Congress of Cultural Freedom, CIA, Rockefeller-stichting…  Einde van de kritiek, esthetisch populisme.

Plus de aloude rancune tegen Europa. Zij ervaren traditie als agressie die in werkelijkheid nijd is. Amerikanen hebben zelf geen traditie behalve moord en folteringen, het ontketenen van oorlogen en staatsgrepen, het leegplunderen van landen – de belangrijkste reden waarom ze Poetin zo haten, dat die daar althans in Rusland een einde aan heeft gemaakt – afgezien nog van het feit dat Rusland een Europees land is dat in tegenstelling tot de VS een belangrijke literatuur heeft, een niet te verwaarlozen muzikaal patrimonium en bovendien nog schilders als Kandinsky heeft voortgebracht – om alleen deze baanbreker te noemen. Tenslotte nog vermeldenswaard als Amerikaanse prestatie: het overeind houden van satellieten die hun qua misdadigheid nog naar de kroon steken.

Charles Baudelaire bedoelde het ongetwijfeld als de allerergste belediging waartoe zijn dichterlijk genie hem in staat stelde, toen hij de Verenigde Staten noemde: het België van het Westen. Grotere schande was in zijn ogen kennelijk niet denkbaar.

3

De opgave voor Europese schrijvers is intussen, de literatuur los te peuteren uit het kluwen van gezwets en bedrog en terug te gaan naar de traditie, naar een traditie van ándere moderniteit. Al in de negentiende eeuw wordt Goethes stijl door scherpziende geesten als Nietzsche begrepen als het vooruit-schijnen van zo’n ándere moderniteit. Lang vóór ik Goethe beter begon te kennen was ik me al bewust geworden van de eenzame classiciteit van Hermans – én van de Adelaar van Londerzeel, Gerard Walschap, die zijn meesterschap wist te verwerven en door te zetten in een uitermate achterlijke, bijgelovige en vijandige omgeving. Zijn muze moest zich, meer nog dan die van schrijvers in normale landen, handhaven op de rug van een gevaarlijke tijger, maar hij heeft geen grote fouten gemaakt, deze geweldige en in de geschiedenis van Huichelarije sinds de val van Antwerpen eenmalige held.

Niet dat ik geloof dat een schrijver per se een voorbeeld van iets moet wezen, behalve dan van stijl.

4

Er gaat geen dag voorbij of er wordt om censuur van het internet geroepen. Pornografen, stalkers, haatpredikers, Russen, trollen, verspreiders van complottheorieën bedreigen immers de door het Westen zo fijn gemaakte wereld. De complottheorieën vooral, die helpen als argument tegen alles. Ze zijn tegelijk de aspirine en de klisteerspuit van de wonderdokters van de gediskrediteerde mainstream. Het eigenlijke probleem van deze grote geesten is dat, dank zij het internet, letterlijk iedereen nu deel kan nemen aan het debat, en niet langer alleen uitgeselecteerde, door tal van carrièrefilters gesijpelde hoernalisten – om niet te vergeten de ingebedde schrijvers van de post-literatuur. Te midden van de oceanen van eigenlijke cafépraat valt de als intellectueel gecamoefleerde oneigenlijke niet meer op.

Maar door dat dagelijkse gejammer en het constante formuleren van voorwendsels voor censuur wordt het begrip zelf van de vrije meningsuiting aangetast. Daarom nog eens in alle duidelijkheid: vrije meningsuiting is vrij. Literatuur mag alles. Al die verboden, censuurregels, die intussen bijna overal in Europa bestaan, gelden NIET voor de literatuur en moeten weg – als het echt een democratie is, die gewenst wordt. Er is geen enkele beperking naar de inhoud. Alleen de literaire grammatica is van tel. De schrijver is autonoom.

Bijvoorbeeld heb ik iets gelezen over Frankrijk. Het uitmoorden van de Armeniërs in het begin van de twintigste eeuw, dat moet je daar volkerenmoord noemen. Afgezien van logische en kentheoretische vragen bij zulke veralgemenende termen staat altijd de vraag op de voorgrond: als ik dat doe, klopt het ritme van mijn tekst dan nog, de melodie van mijn zin, de te verwachten rimpels in het voorhoofd van lezers of de glimlach op de lippen van… kan ik die met zulke zin te voorschijn toveren. Dat is het, waar het om gaat, er bestaan geen andere literaire problemen.

Geen enkele schrijver heeft tijd genoeg om zich bezig te houden met wat politici denken dat verboden zou moeten zijn.

Af en toe moet ik met Tartufistaanse toestanden vertrouwde mensen vragen: weet je of dit of dat verboden is in het koninkrijk waarvan we de naam niet zullen noemen?

Als het verboden is, maak ik meteen een aantekening dat ik het beslist ergens moet zeggen.

Het niet-zeggen zou erkenning impliceren van zeggenschap van het banale en vulgaire over wat er in de literatuur geschiedt. Het zou misdadig zijn tegenover de kunst.

Ook dat is literatuur: zeggen wat niet mag.

Dat wil niet zeggen dat de schrijver zich zo moet gedragen dat hij meteen de gevangenis in gaat – al kan ook dat nodig zijn.

Hij moet wat verboden is zeggen, maar niet zonder daarbij strategisch te denken.

De traditie doet ons alle nodige middelen aan de hand, ze zijn legio. Desnoods zelfs… Duivenpost is niet de eerste keuze – maar een mogelijkheid is het.

Blijft u op de hoogte, registreer u, word voor ons bereikbaar.

Het adagium van Walschap dat ik ook elders al gebruikt heb: Schrijven wat iedereen weet, maar niemand schrijft. Goethe noemde onder meer dát het openbare geheim, het Öffentliche Geheimnis, waarmee hij werkte en waarvan hij zich nogal wat voorstelde.

5

Vooral in Huichelarije is het ook nodig te demonstreren wat literatuur eigenlijk is. Dat het NIET is: dat zielig conglomeraat van hoernalisten, professoren en pastoors en hunlieden zompig gezwets en kliederig gesop – van Verschaeve tot Hugo Claus. Er is geen traditie, alleen een paar uitschieters, op één hand te tellen in een stroom van niets, een hele geschiedenis van onderdrukking en verbod, van de uitroeiïng van de rederijkers tot de vervolging van Walschap.

Tartufistan is Amerika in het hartje van Europa.

Blijft u ons welgezind.

 

_________________________________

 

  1. Johann Joachim Winckelmann: Gedanken über die Nachahmung der griechischen Werke in der Malerei und Bildhauerkunst [1755]. Stuttgart [Reclam] 1995. p. 4.
  2. Harold Bloom: The Anxiety of Influence. New York [Oxford University Press] 1973.
error: Kopij bescherming !!